Niet de basis, maar de fouten die overblijven als je het al goed spreekt
Nederlandstaligen horen hun hele leven dat ze uitstekend Engels spreken, en dat klopt ook. Daarom begint deze pagina niet bij het begin. Wie Nederlands als moedertaal heeft, krijgt een groot deel van het Engels cadeau: dezelfde basisvolgorde van onderwerp en werkwoord, dezelfde hulpwerkwoorden, een woordenschat die voor duizenden woorden gewoon overlapt. Wat overblijft is de laatste tien procent, en dat is meteen het lastigste stuk.
Lastig, omdat het niet als fout voelt. Wie Engels leert vanuit het Pools of het Arabisch loopt tegen muren aan: de zin komt er niet uit, de luisteraar haakt af, de fout meldt zichzelf. Vanuit het Nederlands gebeurt dat nauwelijks. Je zin komt eruit, hij is begrijpelijk, niemand fronst, en toch staat er net iets anders dan wat je bedoelde. Zulke fouten corrigeren zichzelf nooit, want er is geen moment waarop ze opvallen. In een gesprek haalt je toon je er nog doorheen. In een mail, een rapport of een sollicitatiebrief valt die toon weg en blijft alleen de tekst over. Daar is het verschil tussen bijna goed en goed het duidelijkst zichtbaar.
Drie families van fouten komen bij vrijwel iedere Nederlandstalige terug:
Daarnaast is er een categorie die bijna nergens behandeld wordt: de kleine woordjes waarmee het Nederlands houding uitdrukt. Toch, wel, even, maar en hoor hebben geen Engelse tegenhanger. Wie ze weglaat klinkt vlakker en zakelijker dan bedoeld. Wie ze letterlijk vertaalt klinkt vreemd. Engels doet hetzelfde werk met intonatie, met aangehechte vraagjes en met beleefde omwegen. Daar hangt direct het punt van register aan vast: een Nederlandse formulering die volstrekt neutraal bedoeld is, komt in het Engels vaak harder binnen dan je wilt, en je merkt het zelden aan de reactie.
Hieronder staan de drie gebieden uitgewerkt: de valse vrienden die het meeste kosten, de klanken die de betekenis van een woord kunnen kantelen, en de zinsbouw plus het register waar Nederlands en Engels stilletjes uit elkaar lopen. Geen basisgrammatica, geen woordenlijst voor beginners. Alleen wat er overblijft als je al goed bent.
Klik op een willekeurige zin om de vertaling, de grammatica-uitleg en voorbeeldzinnen te zien.
Zet de vertaling van de hele pagina aan en lees Nederlands en Engels naast elkaar.
Luister naar het verhaal terwijl het wordt voorgelezen, met markering woord voor woord, om je uitspraak en leestempo te verbeteren.
Bij talen die ver uit elkaar liggen zijn valse vrienden een curiositeit. Tussen Nederlands en Engels zijn ze het grootste enkele risico, want de woorden lijken niet vaag op elkaar, ze zijn identiek. Erger nog: de zin die eruit rolt is grammaticaal correct en volledig begrijpelijk. Hij betekent alleen iets anders dan jij dacht.
De duurste van allemaal is eventueel. Het Engelse eventually betekent uiteindelijk, na verloop van tijd, op den duur. Eventueel betekent misschien, indien nodig, vrijblijvend. Wie in een mail schrijft dat hij eventually zal reageren, belooft dus iets heel anders dan een open aanbod. Bedoel je eventueel, schrijf dan We could possibly extend the deadline of If necessary, we can extend the deadline. In zakelijk Engels is dit de vergissing die het vaakst tot echt misverstand leidt.
Daaronder ligt een tweede, subtielere laag: woorden die in beide talen bestaan en waarvan de betekenis licht verschoven is. Dringen dekt in het Nederlands zowel duwen in een rij als urgentie. In het Engels valt dat uiteen: They were pushing in tegenover It is not urgent. Voor het is niet dringend zeg je gewoon There is no rush. Vaak wordt bijna automatisch often, maar in spreektaal klinkt dat nogal formeel. Een Engelstalige zegt eerder I do that a lot of I usually do that. En stellen wordt vaak to state, terwijl je in de meeste zinnen to argue, to claim of gewoon to say bedoelt. Een vraag stellen is altijd to ask a question.
De praktische regel is onaangenaam simpel: juist de woorden die je zonder nadenken overneemt, moet je nakijken. Voelt een term verdacht comfortabel omdat hij precies zo in het Nederlands bestaat, dan is dat het signaal. Houd een lijstje bij van de vijf of zes die jij blijft maken.
Je accent is het probleem niet. Een Nederlandse tongval in het Engels is prima verstaanbaar en niemand houdt je erop tegen. Het gaat om een kleine groep gevallen waarin de klank niet je accent kleurt, maar het woord verandert. Dat verschil is de moeite waard, en de rest mag blijven zoals het is.
Het bekendste geval zijn de twee th-klanken, die het Nederlands niet kent. De stemloze zit in think, thin en thought, de stemhebbende in this, they en breathe. Nederlandstaligen vervangen ze meestal door een t of d, soms door een s of z. Dan wordt think ineens tink of sink, thin wordt tin of sin, they wordt day, en breathe wordt breed. De klank zelf is niet moeilijk: tongpunt licht tussen de tanden, lucht erlangs. Het lastige is dat je hem honderden keren per dag nodig hebt, ook in de kleinste woordjes.
Belangrijker, en veel minder bekend, is eindklankverscherping. Het Nederlands laat aan het eind van een woord geen stemhebbende medeklinker toe: hond klinkt als hont. Die gewoonte reist mee, en in het Engels verandert ze woorden. Bed wordt bet, dog wordt dock, bag wordt back, prize wordt price, have wordt half. Dit is geen accentkwestie maar een betekeniskwestie. De handigste ingang is de klinker ervoor: in het Engels wordt die merkbaar langer voor een stemhebbende medeklinker. Rek in bed de e wat op en het verschil met bet hoor je meteen, ook als je slotmedeklinker nog niet perfect is.
Dan de v en de w. De Nederlandse v is zwakker dan de Engelse en de Nederlandse w is een andere klank dan de Engelse. Het resultaat is dat vine, wine en whine door elkaar gaan lopen, net als vest en west of very en wary. De Engelse w wordt met ronde lippen gemaakt, tanden raken de lip niet. De Engelse v is juist een echte, brommende tandlip-klank. Twee heel verschillende bewegingen dus, terwijl ze in het Nederlands dicht bij elkaar liggen.
De Nederlandse g en ch, zoals in gracht, bestaan in het Engels niet en worden er vaak toch in gebruikt. In good, garden en again hoort een harde, korte plofklank, geen schuring achter in de keel. En dan zijn er de klinkerparen die het Nederlands niet zo onderscheidt: man tegenover men, bad tegenover bed, ship tegenover sheep, full tegenover fool. Bij ship en sheep gaat het niet alleen om lengte maar ook om spanning: de eerste is losser en verder naar het midden.
Praktisch: neem jezelf een minuut op terwijl je hardop een Engelse tekst leest en luister alleen naar woordeinden. Daar zit voor Nederlandstaligen de meeste winst, en het is de enige categorie waar de fout je letterlijk een ander woord laat zeggen.
Woordvolgorde is de hardnekkigste gewoonte, omdat het geen kennis is maar reflex. Het Nederlands zet in de hoofdzin het werkwoord op de tweede plaats en schuift in de bijzin alle werkwoorden naar achteren, waar ze opstapelen. Engels doet dat niet: onderwerp, werkwoord, rest, ook in de bijzin. Ik weet dat hij het boek gelezen heeft wordt I know that he has read the book. De werkwoorden gaan uit elkaar en verhuizen naar voren. Onder tijdsdruk, in een lange zin of laat op de dag komt daar toch I know that he the book read has uit, en dat is precies het soort zin dat je zelf niet meer terugleest.
Even hardnekkig is de inversie na een vooropgeplaatste bepaling. In het Nederlands is dat verplicht: Gisteren ging ik naar de dokter. In het Engels blijft het onderwerp voor het werkwoord staan: Yesterday I went to the doctor, niet Yesterday went I to the doctor. Hetzelfde geldt voor Daarom denk ik dat, dat That is why I think wordt, en voor Volgens mij klopt het niet, dat I think there is something wrong wordt. De uitzonderingen zijn zeldzaam en literair: na een ontkennend woord kan het wel, zoals in Never have I seen anything like it. Voor alledaags Engels is de regel: iets vooraan zetten verplaatst het onderwerp niet.
Dan de kleine woordjes waar het Nederlands houding in stopt. Toch, wel, even, maar en hoor betekenen los niets en veranderen toch de hele toon van een zin. Engels heeft er geen woorden voor en doet het werk met intonatie, met aangehechte vraagjes en met verzachters. Doe het even wordt Could you just do that? Het is toch niet zo moeilijk? wordt It is not that hard, is it? Dat is wel goed wordt That is fine, actually. Ja hoor wordt Sure, no problem. Wie deze woordjes gewoon weglaat, schrijft correct Engels dat kaler en zakelijker klinkt dan bedoeld. Wie ze letterlijk vertaalt, plaatst een though of een anyway op een plek waar geen Engelstalige hem zou zetten.
Daaruit volgt het punt van register, en dat is geen grammatica maar wel de reden dat Nederlandstaligen soms bot overkomen. Een neutraal bedoelde Nederlandse zin komt letterlijk vertaald harder binnen. Dat klopt niet als That is not correct klinkt in het Engels als een terechtwijzing; een Engelstalige collega schrijft I think there may be a mistake here. Ik ben het er niet mee eens wordt I am not sure I agree. Stuur me dat rapport wordt Could you send me the report? Die omwegen zijn geen onoprechtheid en geen slapheid; ze zijn het neutrale register. Weglaten is niet neutraal, het is een niveau harder. Wie dat eenmaal doorheeft, hoeft niet ineens anders te denken, alleen anders te formuleren.
Het goede nieuws is dat dit allemaal gewoontes zijn en geen gaten in je kennis. Je weet de regels al. Lees je eigen Engelse tekst een keer terug met alleen deze drie dingen in gedachten: staan de werkwoorden vooraan, staat het onderwerp voor het werkwoord, en klinkt de toon zoals je hem bedoelde.
Houd je oefening bij met een gratis PollyStop-account. Kom terug naar je woorden, probeer iets meer en maak leren een deel van je dag.
Mijn gratis account aanmaken